Het interview belicht de kritiek van Egbert Lachaert op het huidige welzijnsbeleid van de Vlaamse regering, dat hij beschrijft als een “planeconomie” en een “communistisch systeem” vanwege de uitgebreide subsidies en centrale planning. Hij pleit voor meer marktwerking, waarbij ondernemingen en sociale organisaties zelf kinderopvang en ouderenzorg organiseren en ouders directe budgetten ontvangen in plaats van subsidies. Lachaert stelt dat de huidige aanpak leidt tot inefficiëntie, tekorten en een gebrek aan innovatie, en waarschuwt dat zonder hervormingen de regering haar begroting niet op koers kan krijgen. Bovendien bekritiseert hij de overregulering en de afhankelijkheid van Europese subsidies, en roept hij op tot meer liberale, ondernemende oplossingen.
Doorbraak - Weekendinterview met Egbert Lachaert
Over zijn ontslag en zijn politieke toekomst wil Lachaert nog niet praten. Het beleid van de Vlaamse regering fileren, doet hij wel met plezier.
Toen we hem begin deze week om een interview vroegen, was Egbert Lachaert nog gewoon fractieleider van Anders in het Vlaams Parlement. Sindsdien werd hij versneld gedefenestreerd door zijn voorzitter Frédéric De Gucht. Over zijn ontslag en zijn politieke toekomst wil Lachaert nog niet praten. Het beleid van de Vlaamse regering fileren, doet hij wel met genoegen. ‘De commissie Welzijn, dat is de planeconomie in volle glorie’. Gaat de Vlaamse regering haar begroting op koers krijgen? Egbert Lachaert: Als dat niet lukt, is dat het einde van de ploeg van Matthias Diependaele. Ze zijn er dus toe verplicht. De Vlaamse regering is sterk in zich rijk rekenen: inkomsten inschrijven die er niet gaan komen en uitgaven schrappen die blijven lopen. Ik vermoed dat ze het groeiverhaal van VOKA gaan omarmen om de belastinginkomsten wat op te blazen. Mijn voorspelling is dat er uiteindelijk een groot tekort zal blijven. Dat is schandalig, want Vlaanderen is via de financieringswet overgesubsidieerd. Een begrotingsevenwicht zou dus een makkie moeten zijn. Dienstencheques, dat zijn subsidies en daar zijn we tegen. Maar ze helpen ook de hardwerkende Vlaming en daar zijn we voor. Er wordt blijkbaar ook gekeken naar duurdere dienstencheques. Dat is een moeilijk onderwerp voor de liberalen. Dienstencheques, dat zijn subsidies en daar zijn we tegen. Maar ze helpen ook de hardwerkende Vlaming en daar zijn we voor. (glimlacht) Wat is het probleem? Als iemand bij jou komt poetsen, wil je daar als particulier niet de volle pot voor betalen met sociale bijdragen en lasten, want dan kom je aan een kost van 30 euro of meer per uur. Je staat als overheid dan voor de keuze: ofwel wordt het in het zwart gedaan, ofwel bouw je het systeem anders om die arbeid goedkoper te maken. En zou het een probleem zijn als die arbeid terug in het zwart gebeurt? Dat zou vooral de poetshulp raken. Dan bouwen ze geen pensioenrechten op en is er geen sociale bescherming als ze een arbeidsongeval hebben. Wat zou de echte oplossing zijn? Dat je de dienstencheques afschaft en de loonkosten voor dat soort arbeid naar beneden haalt, tot 15 à 16 euro per uur.U heeft onlangs een voorstel gedaan over een ouderkrediet, een cheque om Kinderopvang te betalen. Wat we nu hebben op het vlak van welzijn, is een puur communistisch systeem. Ik volg de commissie welzijn en het is onvoorstelbaar in welke extreemlinkse logica de debatten daar gevoerd worden, dat is de planeconomie in volle glorie. Zowel in de ouderenzorg als in de kinderopvang zegt de overheid hoeveel plaatsen er mogen bijkomen en in welke streek. Ik heb daar veel vragen over gesteld aan minister Caroline Gennez (Vooruit) en die cijfers zijn hallucinant: op tien jaar tijd geven we drie keer meer uit aan kinderopvang, maar er zijn nagenoeg geen extra plaatsen bij gekomen, ondanks alle beloftes.Het is onvoorstelbaar in welke extreemlinkse logica de debatten in de commissie Welzijn gevoerd worden. Ik wil dus de logica omdraaien: laat ondernemingen of sociale vzw’s kinderopvang creëren waar zíj denken dat er vraag is. In plaats van de opvang te subsidiëren, geven we het budget rechtstreeks aan de ouders om zelf opvang mee in te kopen. Dan hoeft het tarief voor niemand te stijgen en je kan zeker 100 miljoen besparen op de administratie die alles moet plannen. Vorig jaar kwamen er netto maar 112 sociale woningen bij, ondanks grote extra budgetten. Dat is juist hetzelfde verhaal. Het geloof regeert dat de overheid voor iedereen een woning kan bouwen, en alle partijen zijn het daarmee eens. Vertel je iets anders, dan kijken ze je aan alsof je van Mars komt. Wat ik mis in het Vlaams Parlement, is een ideologische clash over al die zaken. Het debat blijft steken in de techniciteiten. Je zou dus kunnen zeggen: Vlaanderen heeft wel degelijk een liberale partij nodig. Ja, echt wel. Alle krediet dus ook aan collega Maurits Vande Reyde, die die ideologische clash inbrengt met zijn strijd tegen de subsidies. We willen alles reguleren, terwijl Vlaanderen vol creatieve mensen loopt die problemen kunnen oplossen als ze wat vrijheid krijgen. Er is een heilig geloof in de staat. Ook de liberalen gaan natuurlijk mee in de linksere consensus. Denk aan die Tesla-premie van Lydia Peeters. Klopt, maar er zit een stukje historiek achter: het ging over de klimaatinspanningen die de Vlaamse regering moest leveren. Het is niet dat wij uit het niets zouden zeggen: laat ons nu een subsidie invoeren om elektrische wagens te kopen. De regering moet aan Europa een tabel voorleggen met maatregelen om de klimaatdoelstellingen te halen. Ik vind het oneerlijk om dat op Lydia Peeters af te schuiven, want het is de Vlaamse regering in haar geheel die dat beslist heeft, omdat er voor andere maatregelen geen appetijt was.Moeten de liberalen dan niet kritischer zijn over de Europese Unie? Die is nu wel de bron van heel wat overregulering en planeconomie. Ik ben het eens dat Europa wat betreft planeconomie en regulering is doorgeslagen. We zitten, zeker op Vlaams niveau, in de situatie dat je te weinig autonomie hebt om over veel bevoegdheden nog fundamenteel te beslissen. Burgers hebben het gevoel dat er, wat ze ook stemmen, altijd hetzelfde beleid uitrolt. Mensen aanvaarden dat niet meer, en terecht. Europa is een schitterend project van handel drijven met de wereld. Maar we danken ook veel aan Europa. Europa is een schitterend project van handel drijven met de wereld. Ik ben een believer in het Reagan-verhaal uit de jaren tachtig: vrijhandel en uitwisseling van goederen, producten en diensten heeft ons allemaal welvarender gemaakt. Dat mogen we niet onderschatten. We mogen niet meelopen in een discours van trumpisme, met heffingen en protectionisme. Dat is het succes van Europa: vrede en stabiliteit door economische handel. Hoe kijkt u naar subsidies voor de industrie? Onlangs nog gaf de Vlaamse regering 120 miljoen subsidies voor de Volvo-fabriek in Gent.Daar moet je hard mee opletten. Het is zeker geen aanleiding voor een hoerastemming, want in het verleden werkten zulke subsidies alleen op korte termijn. Van belang is een kader met energie- en loonkost onder controle, en toegang tot kennis en goede personeelsleden. Dát houdt een fabriek structureel overeind.
Een gedachte-experiment: stel nu dat de Chinezen gewoon betere elektrische auto’s maken. Moeten wij dan kost wat kost onze auto-industrie redden of gewoon iets anders doen? Als liberaal is dat een terechte vraag. Is het fundamenteel een probleem dat sommige producten uit China komen? Op zich niet, behalve voor strategische industrieën, waar je moet opletten. Stel dat je hele automobielindustrie door China gedomineerd wordt, dan heb je een probleem. Maar blijven zagen over hoe sterk China geworden is, helpt ons niet. Ik vind het geklaag van sommige ondernemers en sectoren soms flauw: ze staan als eersten aan de poort van de overheid om subsidies te vragen zodra ze de concurrentie niet aankunnen. Daar moeten ondernemers wat consequenter in zijn. Maar met China moeten we handel blijven drijven.De Vlaamse regering had ook twee miljard veil voor de vergroening van de industrie, maar gaat dat de concurrentiekracht nu echt vergroten?Dat zijn oplossingen die ontstaan omdat alle landen in Europa vandaag geld naar hun industrie gooien. Een strijd die wij niet kunnen winnen, want de zakken van Duitsland en Frankrijk zijn veel dieper. Maar de industrie financiert dat ook zelf, want het is geld van de koolstoftaks. We pompen gewoon te veel geld rond. Beter is dat de overheid zich beperkt tot een kader op lange termijn scheppen: binnen zoveel jaar willen we emissievrij transport. Hoe we daar geraken, zoeken de ingenieurs dan maar uit. Met de bedrijfswagen is het wel goed gelukt om te vergroenen. Je bent mee de vader van die hervorming. Egbert Lachaert: Ik heb het Doorbraak-artikel daarover gelezen, en de groenen hebben zich daarop inderdaad verkeken. Ze wilden de bedrijfswagen afschaffen, maar we hebben hem net verankerd als motor van de vergroening van het wagenpark. We komen op het punt dat er een miljoen wagens zero-emissie zijn in België. Die gaan doorstromen naar de tweedehandsmarkt en een gigantische klimaatwinst opleveren. Afschaffen wordt daardoor moeilijker: dan pak je niet alleen mensen hun loon af, maar rem je ook de vergroening. Willen ze iedereen terug naar oude diesels? Ik denk het niet. Hoe kijken liberalen naar de slimme kilometerheffing? Volgens VOKA is dat nog altijd een van de maatregelen die voor meer groei kan zorgen. Ik ben voorstander van het compleet afschaffen van de verkeersbelasting en alleen het verbruik belasten. Dat kan je meer sturen dan vandaag en de last beter spreiden. Als ik om zes uur ’s avonds aan de kassa sta, denk ik: hier staan mensen die ook drie uur eerder hadden kunnen winkelen. Dat is met het verkeer ook zo. Een afschaffing van de verkeersbelasting gecombineerd met een kilometerheffing zou voor iedereen een win-win kunnen zijn: de gepensioneerde die weinig met zijn auto rijdt, wint erbij. Wie voor zijn werk op de baan moet, kan het van zijn belastingen aftrekken. Wat we niet hadden moeten doen, is het wegenvignet, dat wordt gewoon een platte belastingverhoging.
Ook minder regels kunnen voor groei zorgen. Dat was ook zo beloofd door de Vlaamse regering. Hoe staat het daarmee in het parlement? De commissie over het vergunningenbeleid heeft een catalogus van goede voorstellen opgeleverd, maar voer dat nu maar eens uit. We zijn negen maanden verder, en elk departement – van Omgeving tot Landbouw en alles daartussen – tekent nog altijd beroep aan tegen tal van vergunningen. De regels voor vergunningen veranderen voortdurend, je krijgt er echt een punthoofd van. Als burgemeester bemoei ik me nu heel actief met de stedenbouwkundige dossiers en je krijgt er echt een punthoofd van. Mijn ambtenaren en collega’s kijken met een positieve blik om oplossingen te zoeken voor mooie projecten die we hier op poten zouden kunnen zetten, maar de regels veranderen voortdurend. Uitspraken van de Raad voor Vergunningsbetwistingen of de Raad van State komen er plots tussen en veranderen alles. Interpretaties van de provincie veranderen. Adviezen van allerlei departementen die roet in het eten gooien. Een buur die lastig wil doen kan zich op een berg aan informele regelgeving – RUP’s, gewestplannen, beleidsplannen – beroepen om te procederen. Het zuigt zoveel energie uit een lokaal bestuur om iets van de grond te krijgen. Wie levert goed werk in de Vlaamse regering? Dat is voor een lid van de oppositie een moeilijke vraag. Het is vooral een ploeg van individuen. Iedereen doet zijn eigen ding. Mijn grootste probleem is dat het enige wat hen bindt, het geloof in een grote staat is. Kijk naar de discussie over Brussels Airport of Fluvius. Daar vinden ze elkaar altijd snel in terug. Maar een project dat de Vlaming echt meer zuurstof en minder staat geeft, dat hebben ze eigenlijk niet. Ik kan me ook niet inbeelden dat iemand als Matthias Diependaele (N-VA) daar zelf enthousiast van wordt. Maar natuurlijk was de vorige Vlaamse regering, die wel centrumrechts was, ook geen groot succes…De ploeg van Jan Jambon (N-VA) had wel een samenhang qua project en een verhaal om de rekeningen op orde te krijgen. Ik denk dat die ploeg wel tot een evenwicht in de begroting was gekomen. Het is omdat de socialisten extra uitgaven hebben gekregen dat we vandaag uit koers liggen. Ik denk dat veel mensen zich altijd wel in die centrumrechtse gedachte herkennen in Vlaanderen, maar het stikstofdossier heeft de dynamiek in die regering compleet vernietigd. Jambon is daar uiteindelijk ook zelf het slachtoffer van geworden. Hoe kijkt u naar de rol van de Open Vld in dat dossier? Dat is het dossier dat het contact tussen mij en Bart De Wever na twee jaar hersteld heeft. Ik herinner me een WhatsApp-bericht dat ik hem toen stuurde. Ik zei: Bart, dit kunnen we toch niet laten gebeuren voor Vlaanderen, we moeten terug met elkaar praten. Hij antwoordde: ‘the world can only tolerate as much madness as it can, en we zouden inderdaad terug met elkaar moeten spreken.’ We hebben samen geprobeerd om de Vlaamse regering terug op de rails te krijgen. We stonden toen wel wat aan de kant van de N-VA. Het federale niveau was al nauwelijks bestuurbaar, als Vlaanderen dan ook nog op de dool was geraakt, hadden we helemaal het bedje gespreid voor het Vlaams Belang.
Terwijl het stikstofdossier natuurlijk ook gewoon een voorbeeld is van doorgeslagen regelgeving? Ja, ook daar zit je vast in een kluwen van lokale en internationale regels. Europa spreekt niet van stikstof, maar dat probleem volgt uit onze interpretatie van de natuurbeschermingsregels. We zitten in Vlaanderen, Nederland en een deel van Duitsland in een heel specifieke situatie waarin onze natuur helemaal versnipperd is. Je kan daar niet dezelfde regels toepassen als in Frankrijk of Italië. We moeten daar iets anders over onderhandelen of we maken onze economie kapot. Het mag geen taboe zijn om desnoods uit sommige van die internationale verdragen te stappen, zoals Aarhus. Sorry, maar dit werkt niet voor ons. Heeft u Bart De Wever toevallig nog gehoord sinds uw ontslag? Nee, dat is al een tijdje geleden. Maar ik moet binnenkort toch met veel mensen een koffie gaan drinken. (lacht)