Het voorbeeld van Vooruit toont dat managementvennootschappen de Belgische begroting aanzienlijk belasten, met schattingen variërend van 1 tot bijna 5 miljard euro per jaar, hoewel deze cijfers gebaseerd zijn op onzekere aannames. Het verschil tussen loon en vennootschap leidt tot een hogere nettowinst voor zelfstandigen, maar de fiscale voordelen zijn beperkt wanneer echte kosten en minimumbezoldigingen worden meegerekend. Ondanks de hoge arbeidslasten in België is het oprichten van vennootschappen vaak een reactie op de zware belasting van loonarbeid, niet op misbruik.
Het rekenvoorbeeld van Vooruit bewijst vooral dat werken hier te duur is
Volgens de studiedienst van Vooruit kost de "vervennootschappelijking" de schatkist 4,2 tot 4,7 miljard euro per jaar. Wie de nota leest, ziet een raming die steunt op veronderstellingen. De auteurs schrijven zelf dat er geen administratieve data bestaan en dat hun raming "gepaard gaat met een grote mate van onzekerheid". Die voorzichtigheid haalde de persmededeling niet.
Statbel telt 54.486 managementvennootschappen. Vooruit maakt daar 145.000 "fiscaal gemotiveerde vennootschappen" van. Dat lukt alleen door aan te nemen dat alle vrije beroepen even vaak via een vennootschap werken als artsen, namelijk 32 procent. Wat voor de specialist geldt, zou dus ook gelden voor de vertaler, de landmeter en de fotograaf.
Voor de managementvennootschappen zelf rekent Vooruit 2,8 miljard euro. Daarvoor wordt elke bestuurder vergeleken met een werknemer. Een bestuurder is echter wettelijk een zelfstandige, met bijdragen tot een inkomensplafond van ruim 110.000 euro. Wie die correcte vergelijking maakt, komt ruwweg een miljard lager uit. Econoom Geert Noels schat het werkelijke bedrag op ongeveer 1 miljard.
Een andere raming telt alle liquidatiereserves en gunstdividenden, samen 18 miljard euro, als verdoken loon. Die komen van bijna 150.000 vennootschappen. Daar zitten ook de bakker, de aannemer en de kmo met twintig werknemers bij, die winst reserveren om te investeren. Dat de winsten in tien jaar sneller groeiden dan de lonen, wordt bovendien volledig aan vennootschappen toegeschreven. De taxshift, de inflatie en de energiecrisis komen in de nota niet voor.
Dan is er het voorbeeld waarmee Frank Vandenbroucke de zaal inpakte. Twee IT'ers doen hetzelfde werk voor 100.000 euro: de werknemer houdt 42.515 euro over, de collega met een vennootschap 61.815 euro. In de eigen nota van Vooruit zijn die IT-consultants goed voor 46 miljoen euro, of 1 procent van het totaal.
Het voorbeeld klopt ook maar half. Een werknemer met 100.000 euro brutoloon houdt ruim 50.000 euro over. De 42.515 euro past bij een loonkost van 100.000 euro, dus een brutoloon van ongeveer 75.000 euro. En de 61.815 euro haal je alleen met een vennootschap zonder één euro kosten, waarbij elke euro winst tegen het gunsttarief wordt uitgekeerd. Met een boekhouder en de gewone vaste kosten blijft 58.000 à 59.000 euro over. Wie de wachttijd voor het gunsttarief niet kan uitzitten, houdt 54.000 à 55.000 euro over.
Daar staat tegenover dat deze IT'er geen opzegvergoeding heeft, geen werkloosheidsuitkering en geen gewaarborgd loon bij ziekte. En als hij werkelijk exact hetzelfde werk doet onder het gezag van dezelfde werkgever, is dat schijnzelfstandigheid. Die is vandaag al verboden, en daarvoor zijn inspecteurs nodig, geen nieuwe belasting.
Voor de echte zelfstandige is de vennootschap evenmin een geldmachine. Onder 40.000 Ã 50.000 euro nettowinst loont ze niet. Bij 60.000 euro gaat het om enkele duizenden euro per jaar. Daarvoor draagt hij een dubbele boekhouding, een minimumbezoldiging en een heffing bij elke uitkering.
Het fiscale verschil tussen loon en vennootschap bestaat, en dat heeft de Hoge Raad van Financiën ook vastgesteld. Daarom heeft deze regering de minimumbezoldiging al opgetrokken naar 50.000 euro en het gunsttarief op dividenden naar 18 procent. Maar een verschil in tarief is geen kassa. De nota rekent zonder enig gedragseffect, alsof niemand minder zal factureren, stoppen of verhuizen. Een concrete maatregel staat er niet in.
Het eerlijkste cijfer in dit debat is dat van Vooruit zelf: van 100.000 euro loonkost houdt een werknemer 42.515 euro over. Volgens de OESO heeft België de hoogste lasten op arbeid van alle industrielanden, 52,5 procent tegenover gemiddeld 35,1 procent. Mensen richten geen vennootschap op uit kwade wil. Ze doen het omdat loonarbeid hier zwaarder belast wordt dan waar ook.
Wie misbruik wil aanpakken, vindt in mij een bondgenoot. Maar wie de begroting wil sluiten met miljarden die alleen in een rekenblad bestaan, belooft geld dat er niet is. En hij wijst ondertussen opnieuw naar de mensen die in dit land het risico nemen.