Vlaanderen gaf in 2025 bijna 20 miljard euro aan subsidies, een stijging van bijna een miljard ten opzichte van 2024, en de uitgaven naderen in 2026 de 20‑miljardgrens. Hoewel een groot deel van dit bedrag basisfinanciering is, blijft het onderliggende probleem bestaan: de subsidiepot groeit ongestoord terwijl de federale overheid elke euro in tien stukken moet opdelen. Er is dringend een fundamenteel debat nodig over welke subsidies kerntaken van de overheid zijn en welke discretionaire uitgaven onnodig zijn, zodat er in tijden van bezuinigingen effectief kan worden besnoeid.
Vlaanderen gaf vorig jaar 19,5 miljard euro uit aan subsidies — bijna 1 miljard meer dan in 2024, en tegen 2026 dreigt de kaap van 20 miljard te vallen. Toeval is het niet dat minister Weyts het subsidieregister pas publiceerde net op het moment dat die grens in zicht kwam.
Als oppositie geef ik grif toe: een groot deel van dat bedrag is basisfinanciering, geen verspilling. Dat cijfer op zich zegt dus niet alles.
Maar dat neemt het echte probleem niet weg. Terwijl het federale niveau elke euro in tien stukken moet knippen om rond te komen, groeit de Vlaamse subsidiepot ongestoord verder — en toch geraakt deze regering, ondanks die financiële ruimte, niet aan een begroting in evenwicht. Dat is ronduit een schande.
Wat vooral ontbreekt, is het fundamentele debat: welke subsidies zijn kerntaken van de overheid, en welke niet? Voor ons is dat de eigenlijke vraag. Waar vooral in moet gesnoeid worden zijn de discretionaire potjes van subsidies die ministers zo maar zelf toekennen aan organisaties zonder veel marktbevraging of grondige beoordeling. In tijden van besparingen kunnen we ons dit soort folietjes echt niet meer veroorloven.

@De Tijd - Dieter Dujardin